Zandtaartjes bakken met oma

Oma en Sanne zijn een middag naar het strand. Oma ligt in een strandstoel. Ze heeft naast haar stoel een blauwe koeltas staan. Daarin zitten een fles limonade en broodjes. Sanne zit op een grote rode badhanddoek.
'Oma, mag ik een beetje limonade?' vraagt Sanne.
'Ja hoor, dan eten we ook meteen gezellig een broodje. Van de zeelucht krijg je honger'. Sanne neemt een grote hap uit een broodje met kaas. Daarna een grote slok limonade uit een kartonnen bekertje.
'Zullen we straks samen zandtaartjes bakken?' vraagt oma.
'Jaaa, een heleboel', zegt Sanne enthousiast. Ze pakt de strandtas en haalt er een emmertje uit, een schepje en plastic taartvormpjes.
'Eerst je broodje opeten,' zegt oma. Maar het broodje heeft Sanne op de handdoek gelegd. Er is allemaal zand opgekomen.
'Oma, ik lust die niet meer.' Oma lacht en zegt: 'Misschien lust je straks wel een zandtaartje'.
'Oma, je bent raar. Zandtaartjes kun je niet eten.' Oma komt uit haar strandstoel en kietelt Sanne in haar zij. Sanne schatert het uit.
'Voor goede zandtaartjes hebben we nat zand nodig,' zegt oma.
'Ik weet waar nat zand is. Vlakbij de zee. Ik heb daar met Jasper een zandkasteel gemaakt,' zegt Sanne.
'Dan gaan we er met z'n tween naar toe. Pak je emmertje en schepje maar,' zegt oma. Hand in hand lopen ze door het zand tot vlakbij de golven.
'Zulle we eerst even pootje baden?' vraagt oma.
'Ik vind het wel een beetje eng,' zegt Sanne. Maar oma houdt Sanne stevig vast bij de hand. Voorzichtig lopen ze voetje voor voetje het water in. Een kleine golf rolt over hun voeten. Sanne springt heen en weer van plezier.
'Ik vind het helemaal niet eng oma.' Maar dan komt er opeens een grotere golf aan. Die maakt Sanne bijna helemaal nat. Ze schrikt ervan.
'Zullen we nu maar je emmertje gaan vullen?' vraagt oma. Dat wil Sanne wel. Pootje baden is leuk maar niet voor altijd.
Sanne schept en schept tot haar emmertje helemaal vol is. Sjokkend door het zand gaan oma en Sanne weer terug naar hun eigen plekje. Meteen gaan oma en Sanne aan het werk. Ze vullen om de beurt de plastic vormpjes met nat zand. En keren ze een voor een om.
'We kunnen er nog schelpen opplakken. Dan zijn ze helemaal mooi,' zegt oma.
'Jaaa, we gaan schelpen zoeken,' zegt Sanne en heeft haar emmertje al gepakt. Ze rent alvast vooruit.
'H wacht op mij. Ik heb niet meer van die jonge benen,' roept oma.
Er liggen een heleboel schelpen aan de rand van de zee. Sanne en oma rapen de mooiste op.
'Dat zijn kokkels. Zo heten die schelpen,' zegt oma.
'Rare naam. Wie heet er nou kokkel,' zegt Sanne. Oma lacht.
'Oma, kom! Er ligt hier een heel eng beest.' Oma kijkt en zegt: 'O, dat is een strandkrab. Niks engs aan en hij leeft niet meer.' Oma pakt hem op om hem eens goed te bekijken. Maar dan opeens. Er beweegt een pootje van de krab. En nog een pootje. Oma schrikt en gilt: 'H jakkes, hij leeft wel.' Ze gooit hem met een grote armzwaai de zee in.
'Hij had je wel kunnen bijten oma.'
'Nee hoor, lieve kind. Je oma laat zich niet zomaar bijten.'
'Kom, we hebben nu wel genoeg schelpen,' zegt oma.
Als ze weer op hun vertrouwde plekje zitten, plakt Sanne de taartjes vol met schelpen.
'Ze zien er prachtig uit,' zegt oma.
'Ik ben nu wel een beetje moe. Ik ga op de handdoek liggen,' zegt Sanne.
'En ik ga lekker in de strandstoel liggen,' zegt oma.
'We liggen te bakken oma. Dat zegt mamma altijd.'
'Als we gaar gebakken zijn, gaan we weer naar huis,' zegt oma. Maar Sanne hoort oma al niet meer. Ze is zomaar in slaap gevallen.

©Auteur: Anne de Vries-Neuteboom