Weer naar school

Jasper trekt zijn jas aan. Hij gaat na een lange zomervakantie weer naar school.
'Ik moet mijn tas nog pakken. Daarin zit iets voor de juf', zegt Jasper.
'Oh, wat leuk. Wat heb je dan voor de juf?' vraagt mamma.
'Een schelp van het strand', zegt Jasper. Mamma kijkt verbaasd.
'De juf heeft gevraagd of alle kinderen iets meenemen van de vakantie'.
Jasper rent naar boven om zijn tas met de schelp erin te halen. De juf zal hem vast heel mooi vinden, denkt hij.

Mamma en Jasper lopen samen hand in hand naar school. De buurvrouw achter het raam zwaait naar hen. Ze zwaaien terug.
'Ben je blij om weer naar school te gaan?' vraagt mamma.
'Ik vind vakantie heel leuk. Maar ik begon mij wel een beetje te vervelen', zegt Jasper.
'En je ziet Sanne weer elke dag', zegt mamma.

Ze zijn bij school aangekomen. Er staan nog meer moeders met kinderen te wachten om naar binnen te gaan. Sanne heeft Jasper al gezien.
'Jasper, Jasper, we staan hier', roept ze over het schoolplein. Jasper laat de hand van zijn moeder los en rent naar Sanne toe.
'Wat heb jij voor de juf?' vraagt Jasper.
'Zeg ik niet', zegt Sanne. Jasper trekt aan haar rugtas.
'Niet doen', zegt ze boos. De beide moeders lachen naar elkaar.
'Nou, ze hebben elkaar weer gevonden', zegt Sannes moeder.

De deur van de school gaat open. De juf heet iedereen welkom en geeft ze een hand. Jasper en Sanne hangen hun jas en tas aan de kapstok.
'Vergeten jullie je souvenir niet', zegt Jaspers moeder.
'Ik heb geen souvenir, maar een schelp', zegt Jasper.
'Dat is hetzelfde. Een souvenir is iets wat je meeneemt van vakantie', zegt Sannes moeder. Jasper vindt het maar raar. Jasper en Sanne geven hun moeders een dikke kus. Het is tijd om afscheid te nemen en de klas binnen te gaan.

De kinderen hebben ieder een stoeltje uitgezocht. Jasper en Sanne zitten naast elkaar. De juf vraagt de kinderen een voor een wat ze van de vakantie hebben meegenomen. Ieder laat met trots zijn souvenir zien. Dan is Jasper aan de beurt en laat zijn schelp zien.
'Waar heb je die gevonden?' vraagt de juf.
'Op het strand in Engeland. Daar ben ik geweest met pappa en mamma. En in de schelp kun je de zee horen'.
'Laat mij eens horen', zegt de juf. Jasper geeft de schelp. De juf luistert aandachtig.
'Ja, ik hoor de zee ruisen. Mogen de andere kinderen ook luisteren?' vraagt de juf. De schelp gaat van de ene oor naar de andere.
'En wat heeft Sanne?' vraagt de juf. Sanne vouwt voorzichtig een stukje papier open. Er komt een klein beeldje tevoorschijn.
'Dat is een zeehond', zegt Jasper. Het beeldje is zo klein dat de andere kinderen het niet goed kunnen zien.
'Jullie moeten al de meegebrachte souvenirs op de tafel leggen. Dan kunnen we het allemaal goed bekijken', zegt de juf.
'Waar heb je die zeehond gevonden?' vraagt Jasper.
'Die hebben mamma en ik gekocht in het zeehondenziekenhuis', zegt Sanne.
'Dat bestaat helemaal niet', zegt Jasper.
'Welles'.
'Nietes'.
'Zeg jongens. Wat is er allemaal aan de hand. Geen ruzie maken hoor', zegt de juf.
'Jasper zegt dat er geen zeehondenziekenhuis bestaat', zegt Sanne.
'Ja, die bestaat wel. Gaan jullie allemaal weer naar jullie plaats. Dan kan ik er iets over vertellen', zegt de juf.

De juf vertelt dat er soms zieke zeehondjes worden gevonden op het strand. Dat is heel zielig. Maar de mensen die zo'n zeehondje vinden kunnen de zeehondencrèche bellen. Die komt dan met een dierenambulance om het zeehondje mee te nemen. In de zeehondencrèche, zo heet het zeehondenziekenhuis, wordt het beestje beter gemaakt. En als hij weer gezond en sterk is wordt hij in de zee losgelaten.
'Misschien kunnen we een keer gaan kijken bij de zeehondencrèche', zegt de juf.
'Jaaa!' roepen alle kinderen. Het zeehondje wordt nog eens aandachtig bekeken.
'Het is net een baby', zegt een van de kinderen in de klas. Sanne glundert van trots. Haar souvenir van de vakantie is wel heel bijzonder. Maar Jaspers schelp vinden ze ook allemaal geweldig. Er zijn er die nog een keer de zee willen horen ruisen.

De eerste schooldag zit erop. De kinderen hebben het erg naar hun zin gehad. Ze hebben allemaal kunnen vertellen over de vakantie. Sommige zijn naar het buitenland geweest en weer andere gewoon in Nederland. Thuis of op de camping. Ieder had wel een leuk verhaal. Ze stormen het schoolplein op. De moeders wachten om ze mee naar huis te nemen.

©Auteur: Anne de Vries-Neuteboom