Spinnen in de tuin


Het is woensdagmiddag. Jasper en Sanne zitten zich te vervelen op de bank.
'Waarom gaan jullie niet in de tuin spelen. De zon schijnt', zegt Sannes moeder.
'Ik heb geen zin', zegt Sanne.
'Nu schijnt de zon. Morgen stormt en regent het weer', zegt Sannes moeder.
'De juf zegt dat er een heleboel spinnen in de herfst zijn', zegt Jasper.
'Ja, dat is waar. In de tuin zijn er vast heel veel', zegt Sannes moeder.
'Ik weet wat we gaan doen. We gaan spinnen zoeken', zegt Jasper.
'Ja, dat vind ik spannend', zegt Sanne en springt van de bank.
'Eerst jullie jassen aan. Het is best fris buiten', zegt Sannes moeder. Jasper en Sanne rennen naar de gang.

In de tuin kijken Jasper en Sanne tussen de struiken vlakbij het schuurtje.
'Ik zie er een. Ik zie er een', roept Sanne enthousiast. Jasper komt naar haar toe. Er zit een kleine spin in een web. Hij is bruin met witte vlekjes.
'Kijk, er komt een draadje uit zijn lijf', zegt Jasper.
'Zo maakt hij een web', zegt Sanne. Ze blijven nog een poosje kijken.
'Ik ga verder zoeken', zegt Jasper.
'Ik ook', zegt Sanne.
'Sanne kom gauw. Hier zit een hele grote', roept Jasper. En warempel. In een groot web zit een grote zwarte spin.
'Die vind ik eng', zegt Sanne.
'Hij is helemaal niet eng. Spinnen doen niks', zegt Jasper.
'Hoeveel poten heeft hij?' vraagt Sanne. Jasper begint te tellen. Het is heel moeilijk, want de spin beweegt steeds.
'Ik geloof dat hij acht poten heeft', zegt Jasper.
'Oh, hij vangt een beestje. Wat zielig. Hij eet hem op', zegt Sanne.
'Hij heeft honger', zegt Jasper. De spin begint draden om het beestje te draaien.
'Nu kan hij helemaal niet meer los', zegt Jasper.
'Ik heb geen zin meer om spinnen te zoeken', zegt Sanne.
'Mij best. Ik wil wel weer binnen spelen. Misschien heeft je moeder wat lekkers voor ons', zegt Jasper.
Sanne loopt naar de tuindeur. Jasper loopt achter haar aan. Opeens voelt Sanne iets kriebelen in haar nek.
'Er zit een spin in je nek', zegt Jasper. Sanne voelt in haar nek en roept: 'Gatsie!' Ze hoort Jasper hard lachen en draait zich om. Daar staat de boosdoener met een takje in zijn handen. Sanne rent naar binnen.
'Wat heb jij een haast', zegt Sannes moeder die in de keuken staat.
'Jasper plaagt mij. Hij zegt dat er een spin in mijn nek zit', zegt Sanne. Jasper komt lachend binnen.
'Het was maar een takje', zegt hij.
'Hebben jullie nog spinnen gevonden?' vraagt Sannes moeder.
'Ja mam, een heleboel. Een hele grote zwarte spin en een heleboel kleintjes', zegt Sanne.
'Nou, als de grote zwarte spin maar in de tuin blijft. De kleine spinnetjes zijn leuke kriebelbeestjes', zegt Sannes moeder.
'Ik wil die zwarte spin best vangen. Ik ben helemaal niet bang', zegt Jasper.
'Als je het maar laat spinnenkop', zegt Sannes moeder en geeft Jasper een kneepje in zijn wang.
'Mam, krijgen we wat lekkers?' vraagt Sanne.
'Ja, dat is goed. Ga maar even een boekje lezen op de bank. Ik kom straks met limonade en een stuk cake'.
'Joepie!' roepen Jasper en Sanne. Ze gaan tevreden naar binnen na dit spannende spinnenavontuur.

©Auteur: Anne de Vries-Neuteboom