Snip- en snipverkouden


Sanne zit op de bank en moet steeds maar hoesten. Buiten klettert de regen tegen de ruiten. Het waait hard. De bomen in de tuin verliezen steeds meer blaadjes. Het is herfst.
'Mamma, ik voel mij zo naar', zegt Sanne.
'Ja, het is echt weer om verkouden te worden', zegt mamma.
'Een heleboel kindjes in de klas zijn ook verkouden', zegt Sanne. Mamma gaat op de bank naast Sanne zitten en legt een hand op Sannes voorhoofd.
'Je bent helemaal warm. Ik denk dat je koorts hebt. Ga maar weer naar je bedje', zegt mamma. Sanne gaat naar boven en kruipt onder het dekbed. Beer zit aan het voeteneind.
'Je moet daar blijven. Anders wordt je ook verkouden', zegt Sanne tegen Beer. Mamma heeft een thermometer gepakt en doet hem in Sannes oor.
'Je hebt inderdaad koorts. We moeten de dokter maar even bellen', zegt mamma.
'Dat wil ik niet mamma. Dan geeft hij mij een gemene prik'.
'Hij komt alleen maar even kijken', zegt mamma. Ze gaat naar beneden om het telefoonnummer van de dokter op te zoeken.
Na een poosje komt ze weer naar boven met een glas limonade. Sanne moet nog steeds hoesten.
'Hier neem maar een slokje', zegt mamma. Dat helpt wel een beetje. En Sanne heeft best wel dorst. Maar iets eten dat wil ze niet.
'De dokter komt over een paar uurtjes. Ga maar een beetje slapen', zegt mamma.

Sanne wordt wakker als er beneden gebeld wordt. Ineens weet ze het weer. Dat is de dokter. Ze hoort mamma en de dokter beneden praten. En dan komen ze naar boven. Sanne is een beetje zenuwachtig. Ze wil helemaal geen prik. Ze moet weer erg hoesten.
'Ah daar is de patiënt. Ik hoor het al: snip-en snipverkouden', zegt de dokter. Hij komt naar Sanne toe en geeft haar een hand. Mamma zet een stoel naast het bed. De dokter gaat zitten en zet een grote tas naast hem op de grond.
'Hoest je al lang?' vraagt de dokter en legt een hand op Sannes voorhoofd.
'Een heleboel dagen', zegt Sanne. De dokter pakt zijn tas en zet hem op het bed.
'Krijg ik nou een prik?' vraagt Sanne. Maar de dokter pakt iets heel anders uit zijn tas. Hij stopt twee staafjes in allebei zijn oren. Sanne moet haar nachthemd omhoog doen. Er zit een slangetje aan het instrument. En aan het einde een metalen mondje. Die zet hij op Sannes borst. Sanne moet even rillen. Het mondje is koud.
'Zucht eens heel diep', zegt de dokter. Sanne zucht heel diep en nog een keer en nog een keer.
'Ja, ja. Dat komt wel weer goed', zegt de dokter.
'Wat is dat en hoef ik geen prik?' vraagt Sanne.
'Dat is een stethoscoop. Daarmee luister ik naar je longetjes. En je krijgt geen prik. Maar wel een hoestdrankje', zegt de dokter. Sanne moet weer diep zuchten. Niet van de dokter. Maar omdat ze blij is dat ze geen gemene prik krijgt.
De dokter schrijft een recept uit en geeft het aan mamma. Hij geeft Sanne een hand en gaat met mamma naar beneden.
Sanne pakt Beer en legt hem naast haar op het kussen. Ze zegt tegen Beer: 'Je mag weer bij mij liggen. We krijgen een hoestdrankje en dan zijn we zo weer beter'. Beer vindt het allemaal wel best. Hij wil graag bij Sanne zijn. En al helemaal als ze ziek is. Daar zijn knuffelberen voor.

©Auteur: Anne de Vries-Neuteboom