Pasen zonder eieren


De drie kabouters Jonas, Knut en Malin verheugen zich op Pasen. Ze gaan dan paaseieren zoeken in het bos. Elk jaar houden ze een wedstrijd wie de meeste eieren vindt. Maar deze Pasen vinden ze er alle drie geen een.

Jonas, Knut en Malin zijn vroeg opgestaan om paaseieren te zoeken.
'Wie het eerst in het bos is', zegt Knut en rent het kabouterhuisje uit. De andere kabouters rennen meteen achter hem aan. In het bos kijken ze onder iedere struik, achter de bomen, onder de bladeren. Zelfs in de vogelnestjes. Maar nergens ligt er een fraai gekleurd paasei.

Na een uur zoeken beginnen ze moe te worden. Ze gaan op een omgevallen boom zitten.
'Zou de Paashaas ziek zijn? Elke Pasen verstopt hij hier eieren. Het is raar dat we er geen een vinden', zegt Jonas. De andere kabouters knikken van ja en kijken verdrietig. Ze hadden zich zo verheugd op de bontgekleurde paaseieren. Een paasfeest zonder paaseieren is helemaal niet leuk.
'Zou de Bosheks de Paashaas gevangen hebben en betoverd?' vraagt Malin. Jonas fronst zijn kabouterhoofd en zegt: 'het zou best weleens kunnen. De Bosheks wil alle paaseieren natuurlijk zelf hebben'.
'We kunnen gaan kijken. De Bosheks woont aan de rand van het bos', zegt Knut.

Ze gaan op weg en lopen tussen hoge sparrenbomen. Dennenappels liggen overal op de grond. Ze schoppen er tegenaan. Dan schrikken ze van gekraak van takken.
'Wat was dat?' fluistert Malin. Ze luisteren alle drie gespannen. Een eekhoorn klimt vliegensvlug de boom in. Ze zuchten diep van opluchting.
'Is het nog ver?' vraagt Knut.
'We zijn er bijna', zegt Jonas en loopt met stevige pas verder.

Eindelijk zien ze in de verte het huisje van de Bosheks. Er komt rook uit de schoorsteen. De kabouters huiveren. De Bosheks zal wel weer een gemene toverdrank aan het maken zijn. 'Als het maar niet voor de Paashaas is', denken de drie kabouters. Malin roept ineens 'auw!' Hij grijpt naar zijn hoofd. Zijn kaboutermuts valt op de grond. Hij bukt zich om zijn muts te pakken en ziet iets naast zijn muts liggen. Hij raapt het op.
Met verbazing kijkt hij naar een gekleurd paasei in zijn handen.
'Ik heb een paasei gevonden', roept hij juichend. Jonas en Knut komen dichterbij en kijken naar het gebarsten gekleurde ei.
'Hij viel uit een boom', zegt Malin. Alle drie kijken ze naar boven en schrikken. Een groenkleurig beest met zwarte haren kijkt hen grijnzend aan.
'Pas op! Het is een trol', schreeuwen de kabouters alle drie tegelijk.
Ze verschuilen zich vliegensvlug achter een boom. Jonas gluurt om een hoekje naar de trol. De trol heeft een mand in zijn harige poten, pakt er iets uit en gooit het richting de kabouters. Het mist maar net het hoofd van Jonas en valt achter de boom. Jonas raapt het op en laat het aan Knut en Malin zien.
'Het is weer een paasei. Weet je wat ik denk. Hij heeft de Paashaas gevangen genomen en zijn mand met eieren afgepakt', zegt Jonas.
'Hoe komen we hier weg?' vraagt Knut.
'Ik heb een plan. Malin, jij kan goed mikken met dennenappels. Jij leidt de trol af en dan sluipen ik en Knut weg.

Malin begint driftig met dennenappels te gooien. De trol gromt en gooit kwaad een paasei naar Malin. Malin bukt om het paasei te ontwijken. Met een plof valt het ei achter hem.
Jonas en Knut zijn tot vlak onder de boom van de trol geslopen zonder dat de trol hen in de gaten heeft. Ze klimmen er razendsnel in. En dan gebeurt het. Knut glijdt uit. Hij valt naar beneden, maar gelukkig wordt zijn val gebroken door een uitstekende tak. Net op tijd pakt hij de tak en bungelt heen en weer. Knut is een sterke kabouter en trekt zich aan zijn armen omhoog. Hij klimt weer verder in de boom.

Jonas is nu vlakbij de trol, die nog steeds niets in de gaten heeft. De trol ziet alleen Malin, die dennenappels naar hem gooit. Jonas ruikt een vieze zweetlucht en ziet boven hem een harige trollenvoet. 'Bah, wat stinkt die trol', denkt Jonas.
Jonas kijkt naar beneden waar Knut is. Gelukkig, die is vlak bij hem. Jonas legt een vinger op zijn mond dat ze stil moeten zijn. Knut knikt gespannen van ja en is naast Jonas geklommen. Jonas gebaart Knut dat hij een trollenpoot moet grijpen. Jonas grijpt als eerste. De trol geeft een enorme brul.
Jonas en Knut trekken de trol aan zijn poten naar beneden. De trol klampt zich vast aan een tak en geeft niet mee. Hij gromt hard, maar Jonas en Knut zijn niet onder de indruk. Ze trekken harder en harder.
Malin ziet dat de kabouters de trol te pakken hebben en gooit extra grote dennenappels naar de kwade trol. De trol moet tenslotte een poot loslaten. Niet lang daarna volgt de andere poot. Hij valt voorover. Jonas en Knut hebben alleen nog zijn poten vast. Maar ze houden hem niet en de trol valt met een harde plof op de grond. Stil blijft hij daar liggen.

Malin rent op de trol af en ziet dat hij nog ademt. Jonas en Knut zijn vliegensvlug naar beneden geklommen. Op hun hoede staan ze naar de trol te kijken.
'We moeten hem vastbinden', zegt Jonas.
'Waarmee?' vraagt Knut.
'Geef jullie sjaals'. Knut en Malin en Jonas doen hun sjaals af.
'We draaien hem op zijn buik', zegt Jonas. Met z'n drieën duwen ze tegen de trol aan. De trol beweegt. De kabouters schrikken hevig en deinzen achter uit. De trol probeert overeind te komen, maar valt weer terug. Malin bedenkt zich geen ogenblik en springt bovenop de trol. Jonas en Knut binden de poten van de trol vast. De trol probeert nog met een poot Malin van zich af te slaan. Maar door de val uit de boom heeft hij geen kracht meer.
'Wat heb je met de Paashaas gedaan?' vraagt Jonas. De trol gromt: 'die heb ik naar de Bosheks gebracht. Ze houdt wel van een lekkere Paashaas'.
'Hou je gemene trollenbek', zegt Knut en trekt hem hard aan zijn lange neus.
'Laat hem maar. We moeten de Paashaas bevrijden', zegt Jonas.

En zo sluipen de drie kabouters naar het huisje van de Bosheks. De trol blijft grommend achter.
Aan de achterkant van het huisje loeren ze door de ramen. De kabouters zien door de vieze ramen de Paashaas, vastgebonden aan een stoel. De Bosheks staat in het midden van de kamer te roeren in een ketel in de open haard.
'We moeten de heks naar buiten lokken. Ik gooi steentjes tegen het raam. Als ze naar buiten komt moeten jullie de Paashaas bevrijden', fluistert Jonas.

Jonas gooit steentjes tegen de ramen. Met z'n drieën loeren ze om de hoek van het huisje naar de deur. Er gebeurt niets. Jonas gooit nog meer steentjes. Dan horen ze met een piepend geluid de deur opengaan.
Jonas springt naar voren en roept: 'gemene heks, gemene heks. Ik verander je in een kikker'.
Jonas holt weg van het huisje. De heks komt krijsend achter hem aan. Knut en Malin rennen naar binnen en maken de Paashaas los.
'Pak haar toverboek en staf', roept de Paashaas. Knut grist ze van de tafel.

Als Knut en Malin buiten zijn zien ze Jonas rondjes lopen met de heks achter hem aan.
'Verander de heks in een kikker. Vlug, zoek de spreuk op in het boek', roept de Paashaas. Zenuwachtig zoekt Knut naar de spreuk.
'Help me!' schreeuwt Jonas. Knut kan de spreuk niet vinden. Malin rent naar de heks toe. Die is nu helemaal in verwarring. Wie moet ze nu achterna rennen? Ze rent tenslotte maar achter Malin aan.
Jonas rent naar Knut toe en trekt het boek uit zijn handen. Hij kijkt naar de inhoudsopgave voorin het boek.
'Domoor! Je had voorin moeten kijken bij 'kikkers', schreeuwt hij tegen Knut.
'Hoe kan ik dat nou weten? Ik lees niet elke dag een toverboek', zegt Knut verontwaardigd en boos. De Paashaas geeft Jonas de toverstaf aan, die ermee naar de heks rent. Krijsend komt de heks op hem af.
'Ja, je bent niks zonder je staf hé, lelijke heks. Van die scherpe nagels van je, ben ik niet onder de indruk. Wacht maar!' schreeuwt Jonas en richt de staf op de heks.
'Hokus, pokus, pas, ik wou dat je een kikker was!' Voor hun ogen zien de Paashaas en de kabouters, de heks ineenkrimpen tot een kleine groene kikker.
'Kwaak, kwaak, horen ze zachtjes en de kikker springt weg.
De kabouters en de Paashaas juichen. Vrolijk lopen ze terug naar het kabouterdorp.

De Paashaas wordt feestelijk onthaald in het kabouterdorp. Dat hij geen eieren bij zich heeft vinden de kabouters helemaal niet erg. De bakker uit het dorp bakt koeken in de vorm van een paashaas. Iedere kabouter krijgt een paashaaskoek. Vrolijk Pasen!

©Auteur: Anne de Vries-Neuteboom