Naar het vogelpark

Jasper en zijn pappa lopen naar de ingang van het vogelpark. Pappa koopt twee kaartjes bij de kassa.
'Door de draaideur. En veel plezier,' zegt de juffrouw achter de kassa. Jasper en pappa duwen tegen de deur. En dan staan ze eindelijk in het park. Pappa kijkt op de plattegrond die hij heeft gekregen.
'We lopen eerst langs de vogelkooien. Om drie uur is er een vogelshow. Dat wil je vast niet missen,' zegt pappa.
'Wat zien we dan?' vraagt Jasper.
'Dat is een verrassing. Kijk daar staan allemaal houten banken. Daar kunnen de mensen op gaan zitten om te kijken'.
Jasper rent ernaar toe. Zo opgewonden is hij. Pappa lacht en roept: 'Straks gaan we kijken. Kom je nu?'
'Ik hoor de vogels roepen,' zegt Jasper als ze bij de kooien zijn aangekomen.
'Ja, ik hoor het ook. Ze roepen 'dag Jasper.' Jasper moet om pappa lachen. 'Ze kunnen helemaal niet praten,' zegt hij.
'Ja hoor. Ze hebben hun eigen vogeltaal.'
'Oehoe, oehoe,' klinkt er uit een van de kooien.
'Dat is een uil,' zegt Jasper. Door de tralies heen ziet Jasper verschillende uilen. Een is helemaal wit. De ander is bruingevlekt en heeft oranjerode ogen.
'Kijk pappa hij draait zijn kop helemaal om.'
'Dat vind ik knap. Dat kan ik niet,' zegt pappa. Jasper probeert het ook.
'Oehoe, oehoe,' roept de uil.
Bij de volgende kooi zien ze twee hele grote vogels op takken zitten.
'Dat zijn gieren,' zegt pappa. Jasper vindt ze wel een beetje eng.
'Dat vind ik nou een mooie vogel,' zegt pappa en wijst naar de overkant. Een arend loopt heen en weer in zijn kooi. Hij heeft grote klauwen en enorme vleugels. Jasper en zijn pappa gaan naar de arend toe en blijven een poosje kijken.
'Oh, het is bijna drie uur,' zegt pappa als hij op zijn horloge kijkt.
'Jaaa, ik wil naar de vogelshow,' zegt Jasper en rent alvast vooruit.
Er zitten al wat mensen op de houten banken. Jasper en pappa gaan op de eerste rij zitten.
'Zo kun je alles goed zien,' zegt pappa. Er komen nu steeds meer mensen. Al gauw zijn alle plaatsen bezet.
Een oppasser komt aangelopen met een uil op zijn hand.
'Die heb ik net gezien,' roept Jasper naar de meneer.
De man komt naar Jasper toe en vraagt: 'Wil je hem even vasthouden?' Dat wil Jasper best. Maar eerst krijgt Jasper een leren handschoen.
'Die moet je aandoen, want de klauwen van de uil zijn scherp,' zegt de oppasser. Jasper doet de handschoen aan. Voorzichtig zet de man de uil op de arm van Jasper. De uil blijft stil zitten.
'Je mag hem ook wel aaien.' Met zijn andere hand aait Jasper over de veren.
'Leuk hé. Maar ik neem hem nu weer van je over. De mensen willen de vogels graag zien vliegen'.
Pappa geeft Jasper een aai over zijn hoofd en zegt: 'Wat knap van je. Je was helemaal niet bang voor de vogel.' Jasper glundert van trots. De mensen kijken allemaal aandachtig als de oppasser de uil laat vliegen. De uil zweeft naar een andere oppasser en landt op zijn arm. Als beloning krijgt hij een stukje vlees.
Daarna vliegen er nog een arend en een buizerd en nog meer uilen. De mensen roepen: 'Oooh!' als een van de vogels vlak boven hun hoofden fladdert.
Als de show afgelopen is gaan Jasper en pappa nog even naar de uil kijken. Die zit weer rustig in zijn kooi.
'Hallo uil. Volgende keer mag je weer op mijn arm zitten,' zegt Jasper.
'Oehoe, oehoe,' roept de uil. Jasper en pappa moeten lachen.
'We gaan weer eens naar huis,' zegt pappa. Hand in hand lopen Jasper en zijn pappa naar de uitgang.
'Daaag vogels. Tot de volgende keer,' roept Jasper.

©Auteur: Anne de Vries-Neuteboom