Meneer Bever is ontvoerd


De Kabouterkoning en Meneer Bever spelen elke week een spelletje Kabouter-erger-je-niet. Meneer Bever is een keer niet gekomen zonder een bericht te sturen. De Kabouterkoning maakt zich ongerust. Wat zou er aan de hand zijn met Meneer Bever?

'Jullie moeten naar het huis van Meneer Bever gaan. Ik wil weten waarom hij deze week niet geweest is', zegt de Kabouterkoning tegen Jonas, Knut en Malin. De drie kabouters beloven ernaar toe te gaan.

Ze doen hun rugzakjes om en gaan fluitend op weg. Onderweg zwaaien ze naar een eland die vredig in een weiland staat te grazen. De eland komt met een drafje naar ze toe.
'Dag kabouters zo vroeg al op pad?' vraagt de eland.
'We gaan naar het huis van Meneer Bever. De Kabouterkoning maakt zich ongerust. Meneer Bever is niet gekomen voor zijn wekelijkse spelletje Kabouter-erger-je-niet met de koning.
'Ik loop met jullie mee. Ik ben ook wel nieuwsgierig', zegt de eland. De kabouters vinden het goed. En zo lopen ze met z'n vieren naar het huis van Meneer Bever.

Het pad voert hen langs een meer. Knut hoort gekwaak van een kikker en wil naar de rand van het meer lopen.
'Niet doen!', schreeuwt de eland. Maar het is al te laat. Knut zakt tot aan zijn middel door de grond.
'Het is een moeras', schreeuwt Malin. Knut zakt langzaam steeds verder in het moeras. Jonas die altijd touw in zijn rugzak heeft gooit het naar Knut. Knut pakt het touw. Jonas en Malin trekken zo hard als ze kunnen aan het touw. Maar ze zijn niet sterk genoeg om Knut uit het moeras te trekken.
'Knoop het touw om mijn nek', zegt de eland. De eland bukt zich naar de kabouters. Jonas knoopt het touw om de nek van de eland. De eland loopt naar achter en in een wip is Knut uit het moeras getrokken.

Na van de schrik bekomen te zijn lopen ze verder. Het pad gaat nu naar rechts door een tunnel. De eland moet oppassen dat hij zijn kop niet stoot. Aan de andere kant van de tunnel is nog een meer. En aan dat meer zien ze in de verte het huis van de bever staan.

Bij het huis aangekomen kloppen ze op de voordeur.
'Meneer Bever bent u thuis', roept Jonas. Er gebeurt niets. Voorzichtig duwen de kabouters de deur open en gaan naar binnen. De eland blijft buiten. Hij is te groot en past niet in het huis van de bever.
'Bij alle trollenstaarten wat is hier gebeurd?' schreeuwen ze doorelkaar. De tafel ligt ondersteboven. Stoelen liggen op de grond. Serviesgoed is kapot gesmeten. Jonas ziet de bril van de bever op de grond liggen. De glazen zijn gebroken. En verderop liggen twee helften van een pijp.
'Het lijkt of er gevochten is', zegt Jonas.
'Trollen natuurlijk. Ze vervelen zich en dachten we gaan Meneer Bever pesten', zegt Knut.
'Niet alleen pesten. Ze hebben hem ontvoerd. We moeten hem vinden', zegt Jonas. Ze gaan naar buiten om het de eland te vertellen. Dan schrikken de kabouters en de eland. Een grote bruine vogel landt op het dak van het huis van de bever.
'Zoeken jullie Meneer Bever?' zegt de bruine vogel. De drie kabouters knikken van ja.
'Trollen hebben hem meegenomen naar de overkant van het meer. Daar moet hij takken afbijten voor de bosheks. De bosheks gebruikt de takken voor haar fornuis', zegt de bruine vogel.
'Hoe komen we aan de overkant van het meer?' vraagt Jonas.
'Verderop is een aanlegsteiger. Daar ligt een boot', zegt de bruine vogel.

De drie kabouters volgen de vogel naar de aanlegsteiger. Ze duwen de boot in het water.
'Jij kan niet mee naar de overkant eland. Dan zinken we', zegt Jonas.
'Ga maar, ik zal hier op jullie wachten', zegt de eland. De drie kabouters springen in de boot. Ze roeien naar de overkant.

Bij de overkant aangekomen wordt de boot op de kant getrokken. Voorzichtig om zich heen kijkend sluipen ze tussen struikgewas en bomen. Er is gekraak van takken en ze lopen in de richting waar het vandaan komt. Het gekraak wordt luider.
Zich verschuilend achter een grote struik zien ze Meneer Bever. Hij is vastgebonden aan een lang touw. Een trol houdt het touw vast.
'Kom Meneer Bever, nog twintig takken vandaag', zegt de trol. Meneer Bever bijt met zijn vlijmscherpe tanden takken af. Hij wankelt van vermoeidheid. Een andere trol kijkt lachend toe. De kabouters zijn woedend.
'We grijpen ze!', fluistert Knut.
'Ik weet wat beters', fluistert Jonas. Hij haalt uit zijn rugzak trollenjeukpoeder.
Hij geeft Knut een handje van het jeukpoeder.
'Ik en Knut springen op de trollen af. We gooien de jeukpoeder over hun lijf. Malin jij pakt het touw waar de bever aan vastzit,' zegt Jonas. De bruine vogel is met de kabouters meegevlogen. Hij zit hoog in een boom en kijkt toe.
'Nu! rennen', zegt Jonas. De trollen weten niet wat hun overkomt. Drie kabouters die op hen afstormen. Jonas en Knut smijten de jeukpoeder naar de trollenlijven. Malin grijpt het touw uit de trollenhand en rent met de bever richting het meer.
De trollen krabben en krabben hun groene lijf. Ze worden helemaal gek van de jeuk. Jonas en Knut trekken hard aan hun trollenstaarten. De trollen vluchten het bos in.
'Zo daar hebben we voorlopig geen last meer van', zegt Jonas. De bruine vogel fladdert vrolijk heen en weer boven de hoofden van Jonas en Knut.
'Op naar het meer', zegt de bruine vogel.

Bij het meer wordt Meneer Bever voorzichtig in de boot geholpen. Hij is te vermoeid om zelf naar de overkant te zwemmen. De boot wordt door de kabouters het water ingeduwd. Snel roeien ze naar de andere kant van het meer.
De eland is blij de kabouters en de bever te zien. Hij stelt voor dat de bever en de kabouters op zijn rug gaan zitten. Dat vinden ze een goed idee.
'Breng ons naar het kabouterdorp. Meneer Bever kan nu niet naar zijn huisje. We gaan hem eens lekker verwennen', zegt Jonas.
En zo loopt de eland met de drie kabouters en de bever op zijn rug naar het kabouterdorp. De bruine vogel vliegt vrolijk met ze mee.

In het kabouterdorp wordt Meneer Bever eens flink verwend. De Kabouterkoning speelt weer zijn spelletje Kabouter-erger-je-niet met Meneer Bever. Die pesterige trollen moet Meneer Bever maar snel vergeten.

©Auteur: Anne de Vries-Neuteboom