Kamperen in een tent

Eindelijk is het dan zover. De eerste vakantiedag is aangebroken. Sanne, pappa en mamma gaan kamperen. Pappa heeft een mooie camping uitgezocht helemaal in België. Pappa heeft verteld dat daar heuvels zijn. Als je gaat fietsen moet je eerst tegen de helling trappen. En daarna ga je met een grote vaart naar beneden.
Ze moeten eerst wel een paar uurtjes rijden met de auto om in België te komen. Maar dat vindt Sanne niet erg. Het is best leuk achterin de auto. Pappa zet een CD op met allemaal leuke kinderliedjes. En iedereen zingt dan luid mee in de auto.

Pappa stopt de auto helemaal vol met allerlei spullen. Tassen met kleding, een koelbox, opblaasbare bedden, een tent, slaapzakken. Er kan haast niets meer in de auto. Er is nog net een plekje vrij voor Sanne op de achterbank.
'Er kan niets meer bij hoor', roept pappa.
'Beer moet er nog in', zegt Sanne.
'Die kan wel bij jou op schoot', zegt pappa. Dat vindt Sanne wel een goed idee. Dan kan Beer alles goed zien vanuit de auto.
'We kunnen gaan hoor', zegt pappa. Mamma sluit de deur af. Pappa tilt Sanne in het kinderzitje achterin de auto.
'Dag huis, over twee weken zijn we er weer', zegt mamma.

'Is het nog ver?' vraagt Sanne. Ze kijkt naar buiten en ziet groene weilanden en koeien. Aan de andere kant van de auto flitsen auto's voorbij. Ze hebben al heel wat liedjes gezongen. Maar nu vindt Sanne het wel heel lang duren in de auto. Beer is zelfs in slaap gevallen. Hij ligt languit op Sannes schoot. Sanne aait zijn kop. 'We zijn er bijna', fluistert ze tegen Beer.
'Nog een paar uurtjes. Dan zijn we er', zegt pappa. Mamma kijkt achterom en geeft Sanne een prentenboekje. Sanne kijkt naar de plaatjes. Maar haar oogjes worden almaar zwaarder. Het prentenboekje glijdt uit haar handen. Sanne is in slaap gevallen.

Sanne wordt wakker als pappa roept: 'We zijn er, we zijn er!' Sanne zit rechtop in haar kinderzitje en wrijft de slaap uit haar ogen. Beer is ook wakker geworden en Sanne drukt Beer stijf tegen zich aan. Ze kijkt naar buiten en ziet dat de auto op een parkeerplaats staat. Pappa stapt uit en zegt: 'Ik ga even vragen bij de receptie waar we onze tent kunnen opzetten'.
'Wat is een receptie?' vraagt Sanne aan mamma.
'Dat is een hokje of een kamer waar ze de bezoekers van de camping ontvangen', zegt mamma. Pappa komt nu met een meneer van de camping naar de auto toe.
'Dag mevrouw, dag jongedame. Lekker weer hé. Ik heb een mooi plekje voor jullie. Ik pak even mijn fiets en dan moeten jullie maar achter mij aanrijden'.
'Die meneer praat zo raar', fluistert Sanne tegen mamma.
'Dat is Vlaams. We wennen er wel aan en straks praten we ook Vlaams', zegt mamma.
'Dat wil ik niet. Dan kunnen de kindjes op school mij niet meer verstaan. En Beer wil het ook niet', zegt Sanne.
'Het hoeft ook niet', zegt mamma.

Pappa is ingestapt en heeft de auto gestart. De meneer van de camping zwaait met zijn arm dat ze hem moeten volgen. Ze krijgen een mooi plaatsje toegewezen. Onder een grote boom.
'Dat is mooi. Dan zitten we in de schaduw als het erg warm wordt', zegt mamma.
Pappa stapt als eerste uit de auto en tilt Sanne met Beer uit haar kinderzitje.
'Zo prinses. Je mag pappa helpen met uitpakken van de auto'.
'Ik wil naar de speeltuin. En jullie hadden een ijsje beloofd', zegt Sanne.
'Nou, weet je wat. Pappa haalt de auto leeg. En wij gaan even op de camping kijken wat er allemaal is', zegt mamma.
'Wel straks helpen met de tent opzetten hoor. Dat kan ik niet alleen', zegt pappa.

Sanne geeft mamma een handje en samen lopen ze over de camping.
'Mamma, daar is de speeltuin', jubelt Sanne. Sanne wil in de zandbak of nee nog liever meteen op de schommel.
'Morgen gaan we naar de speeltuin. We gaan nog verder kijken', zegt mamma.
'Daar is het toiletgebouw. Daar kun je naar de w.c. en douchen', zegt mamma. Aan de buitenkant van het toiletgebouw staan mensen af te wassen.
'Moeten wij daar ook afwassen?' vraagt Sanne. Mamma knikt van ja.
Sanne en mamma zijn vlakbij de receptie gekomen. Naast de receptie is een winkeltje waar ze hun boodschappen kunnen doen. Buiten staat een grote vrieskast met ijsjes. Sanne mag er een uitzoeken. Het wordt een ijsje aan een stokje.
'Oh, kijk! Daar kunnen we fietsen huren', zegt mamma. Er staan een heleboel fietsen. Ook fietsen met kinderzitjes.
'Ik wil met pappa fietsen. Dan gaan we tegen de helling fietsen en heel hard naar beneden. Dat heeft pappa gezegd', zegt Sanne. Mamma kijkt nu heel bezorgd en zegt: 'Wandelen is ook heel leuk'.

'Ah, daar zijn ze weer. De buurman heeft mij geholpen met de tent op te zetten', zegt pappa. Een dikke man met een korte broek geeft mamma een hand. Naast de dikke meneer staat een jongetje met een petje.
'Ik heet Joep. En jij?' vraagt het jongetje.
'Sanne', zegt Sanne. 'Ik mag van mamma morgen naar de speeltuin. Ga je ook mee?' vraagt Sanne.
'Mij best. Wij hebben ook een tent'. Joep wijst naar een grote bungalowtent even verderop.
'Je mag met mijn brandweerauto spelen', zegt Joep.
'Ik wil liever met jou gaan zwemmen', zegt Sanne.
'Kom jongens. Jullie hebben nog twee weken om allerlei leuke dingen te gaan doen', zegt pappa. De meneer en Joep nemen afscheid en gaan weer terug naar hun eigen tent.
'Ga maar eens kijken in de tent. Je hebt je eigen slaapkamertje', zegt pappa. Binnenin de tent is het warm. Achterin zijn twee aparte slaapkamers van tentdoek.
'Waar is mijn bed?' vraagt Sanne.
'Die moeten we nog oppompen net als een fietsband', zegt pappa. Sanne moet lachen.
Na een poosje is Sannes slaapkamer ingericht. Bovenop haar luchtbed ligt een gebloemde slaapzak. Beer ligt er al breeduit op. Er staat een tas met Sannes kleding en nog wat toiletspulletjes. In de slaapkamer van pappa en mamma is ook een luchtbed.
'We gaan vanavond maar wat pizza's halen. Die eten we gezellig voor de tent op', zegt mamma. 'En we trekken een lekker flesje wijn open', zegt pappa.
'Ik lust geen wijn', zegt Sanne. 'Jij krijgt een glaasje limonade', zegt mamma.

Als ze gegeten hebben, maken ze met z'n drieën nog een ommetje op de camping. Het is een warme zomeravond en iedereen zit buiten voor de tent.
'Oh kijk! Daar is het zwembad', zegt mamma. Ze lopen ernaartoe tot vlakbij de ingang.
'Mamma, er is een glijbaan. Mag ik morgen met Joep naar het zwembad?' vraagt Sanne.
'Nou, onze prinses houdt het hier wel een paar weekjes uit. Straks wil ze niet meer naar huis', zegt pappa.

Het begint al een beetje donker te worden. Pappa tilt Sanne op en loopt met haar in zijn armen terug naar de tent.
'Tandjes poetsen. En dan lekker slapen. Het is een lange dag geweest', zegt mamma.
Sanne loopt met mamma naar het toiletgebouw. Een mevrouw zegt hun gedag en stapt een douchehokje binnen.
'Morgen gaan we ook lekker douchen', zegt mamma. Sanne poetst wel twee keer haar tanden.
'Goed zo', zegt mamma.

Pappa zit voor de tent. Hij zwaait naar mamma en Sanne als ze aan komen lopen.
'Mag ik nog even opblijven?' vraagt Sanne.
'Ach, waarom niet. Het is tenslotte vakantie. Nog eventjes dan', zegt mamma.
Ze zitten nog een tijdje te kletsen in het schemerdonker. Maar dan moet Sanne toch echt naar bed.
'Kom prinses. In je slaapzak', zegt pappa. Hij ritst de tent open en doet een lampje aan. Sanne trekt haar pyama aan en kruipt in de slaapzak. Beer ligt er ook lekker onder. Pappa vertelt nog een verhaaltje. Sanne is moe en valt al gauw in slaap.

Midden in de nacht wordt Sanne wakker. Het tentdoek wappert heen en weer. En er vallen regendruppels op de tent. Eerst zachtjes, maar dan steeds harder. Straks wordt ik helemaal nat, denkt Sanne. Ze hoort pappa luid snurken tussen de regendruppels door. En dan hoort ze een harde knal. Ze houdt Beer stevig vast. Er komt nog een harde knal. Sanne moet er een beetje van huilen. Ze wil naar mamma toe. Maar het is zo donker.
Ze kruipt uit haar slaapzak met Beer en staat nu in de voortent. Ze stoot met haar teen tegen een campingstoeltje aan. 'Au!' gilt ze. Mamma is wakker geworden. 'Wat is er?' roept ze.
'Ik ben bang. Ik wil bij jou slapen', zegt Sanne. Mamma kruipt uit haar slaapzak over pappa heen. Die schrikt wakker. Hij moppert en vraagt wat er aan de hand is.
'Het onweert. Sanne is bang', zegt mamma.
'Kom maar gauw hier', zegt pappa en trekt Sanne bij haar arm naar binnen. Ze kruipt tussen hen in.
'Worden we nu helemaal natgeregend?' vraagt Sanne.
'Nee hoor, deze tent kan wel tegen een flinke regenbui en hij is stormvast', zegt pappa.
'En voor een beetje onweer zijn we niet bang hé mamma', zegt pappa.
'Dat hoort wel een beetje bij kamperen. Het is ook wel spannend. Maar je ligt hier veilig tussen ons in', zegt mamma.
'Beer is helemaal niet bang', zegt Sanne en geeft Beer een dikke zoen. Het is opgehouden met onweren en het regent nu zachtjes.
'Het is best gezellig zo in de tent', zegt mamma. Dat vindt Sanne ook. Ze is niet bang meer.
'Dus je wilt niet naar huis', zegt pappa.
'Neee! Ik ga morgen naar de speeltuin met Joep en naar het zwembad', zegt Sanne.
'Ga nu maar lekker slapen', zegt mamma.
'Welterusten prinses', zegt pappa. Sanne luistert nog een tijdje naar de regendruppels die zachtjes op de tent vallen. Dan valt ze toch echt in slaap na deze eerste spannende vakantiedag.

©Auteur: Anne de Vries-Neuteboom