Een supergezellige vaderdag

Vandaag is het Vaderdag. Jasper heeft een cadeautje voor pappa gemaakt.
'We gaan pappa een lekker ontbijtje brengen op bed', zegt mamma.
'Mag ik dan mijn cadeautje geven?' vraagt Jasper. Mamma knikt van ja. Samen lopen ze naar boven naar de slaapkamer. Mamma gaat als eerste naar binnen. Jasper loopt achter mamma aan.
'Verrassing!' roept mamma. Pappa ligt nog wat te doezelen en schiet overeind. Pappa kijkt verbaasd naar het dienblad met croissantjes, een beker koffie en een gekookt eitje. Mamma zet het dienblad op het nachtkastje.
'Nou, dat wil ik elke dag wel', zegt pappa.
'Dat doen we alleen op Vaderdag', zegt mamma.
'Jammer', zegt pappa en geeft Jasper een knipoog. Jasper staat naast het bed van pappa en geeft zijn cadeau. Pappa is verrast.
'Wat is dat nou?' vraagt hij. Pappa pakt het uit. Het is een groen gekleurd glazen potje. En daarop geverfd een grote rode bloem. Het is gevuld met aarde.
'Dat is voor jouw tuin. Het zijn zaadjes', zegt Jasper.
'Wat voor zaadjes?' vraagt pappa.
'Zaadjes van bloemen', zegt Jasper.
'Daar ben ik heel blij mee. Hoe meer bloemen in de tuin, hoe beter. Weet je wat Jasper. We gaan vanmiddag in de tuin werken. Ik ga het gras maaien en jij mag de zaadjes zelf in de grond stoppen. Dat vind ik nou een leuke Vaderdag', zegt pappa. Pappa pakt Jasper beet en trekt hem op bed. Hij geeft Jasper een dikke kus op zijn wang. Jasper slaat zijn armen om pappa's nek en geeft hem ook een dikke kus. Mamma kijkt lachend toe.

Die middag gaan Jasper en pappa de tuin in. Het is prachtig weer. De zon schijnt volop. Mamma zit onder een grote parasol een tijdschrift te lezen. Pappa gaat het gras maaien. Jasper heeft een mooi plekje gevonden voor de zaadjes. Voorzichtig doet hij ze in de grond. En met zijn handen drukt hij de aarde weer plat. Pappa komt kijken.
'Dat heb je goed gedaan. En nu maar wachten tot de zaadjes opkomen', zegt pappa.
'Ik ga wat te drinken voor ons halen', zegt mamma. Mamma verdwijnt naar de keuken. Pappa en Jasper gaan even uitrusten aan de tuintafel. Pappa begint te vertellen over de seizoenen in de tuin. In het voorjaar doe je bollen in de grond en in de zomer zomerbloeiers. In de herfst moet je veel bladeren aanvegen en in de winter doe je niet veel. Jasper en pappa schrikken als mamma uitroept: 'Jaag hem weg, jaag hem weg!' Pappa kijkt verbaasd naar mamma en vraagt: 'Wie moet ik wegjagen?'
'De kat van de buren. Hij graaft Jaspers bloemenzaadjes om', roept mamma.
Jasper en pappa kijken verschrikt om. Jasper springt van zijn stoel af en rent naar de kat. Hij schreeuwt: 'Ga weg jij!' De kat blaast naar Jasper en vlucht weg door een gat in de schutting. Jasper kijkt verdrietig naar de plek waar hij de zaadjes in de grond heeft gedaan. De aarde is helemaal door elkaar gehaald. Pappa en mamma zijn ook komen aanlopen. Maar pappa zegt: 'Er is niets aan de hand. De zaadjes zitten er nog steeds in. Maar je moet de aarde weer goed aandrukken. En weet je wat we doen. We maken er een schutting van gaas omheen. Dan kan de kat er niet meer bij'. Pappa gaat naar de schuur en haalt wat stokken en gaas. Na een halfuur is hij klaar. Jasper heeft nu in de tuin een eigen bloementuintje.
'Nou, tuinmannen. Jullie hebben wel een groot glas frisdrank verdiend', zegt mamma. Als ze gezellig met z'n drieën rond de tuintafel zitten zegt pappa: 'Dit is een supergezellige Vaderdag'. Jasper glundert van trots.

©Auteur: Anne de Vries-Neuteboom