Een sneeuwpop maken

'Kleden jullie je warm aan, het vriest', zegt oma. Jasper heeft een dikke jas aan. Een sjaal om zijn nek, een wollen muts en handschoenen. Opa heeft zich ook warm aangekleed. Jasper moet lachen om de gekke muts van opa.
Er ligt een dikke pak sneeuw buiten. Jasper en opa gaan naar buiten.
'We gaan een mooie sneeuwpop maken', zegt opa. Hij pakt wat sneeuw van de grond en maakt een kleine sneeuwbal. Daarna rolt hij de sneeuwbal door de dikke laag sneeuw op de grond. De sneeuwbal wordt steeds groter en groter.
'Help je mee Jasper?' vraagt opa. Samen rollen ze de almaar groter wordende sneeuwbal op de stoep. Hij ligt vlak voor oma's raam. Opa maakt nog een kleine sneeuwbal. Deze rolt hij ook door de sneeuwlaag op de grond. Jasper gaat opa helpen met rollen.
'Zo, deze hoeft niet zo groot. Dit is het hoofd van de sneeuwpop', zegt opa. Hij pakt het hoofd op en zet hem op de buik van de sneeuwpop.
'Hij moet nog een neus', zegt opa en gaat naar binnen. Hij pakt een grote oranje wortel uit de keuken. Als opa weer bij de sneeuwpop is steekt hij de wortel in het hoofd. De sneeuwpop krijgt opa's sjaal om.
'Opa, hij heeft nog geen ogen', zegt Jasper.
'Die maken we van een paar kiezelstenen. Ga maar een paar halen uit de tuin', zegt opa. Samen gaan ze naar de tuin. Jasper zoekt een paar mooie glimmende stenen uit, terwijl opa een bezem uit de schuur haalt. Als ze weer bij de sneeuwpop zijn zet opa de bezem tegen de sneeuwpop. Opa tilt Jasper op, zodat hij de kiezelstenen in het hoofd kan duwen.
'Hij moet nog een hoed opa', zegt Jasper. Opa neemt zijn muts van zijn hoofd. Hij zet de muts op het hoofd van de sneeuwpop.
'Hij is klaar. We gaan sneeuwballen gooien', zegt opa. Opa maakt een kleine bal van sneeuw. Hij gooit hem naar Jasper. Jasper gilt van plezier. Hij maakt ook een sneeuwbal en gooit hem naar opa.
'We hebben een sneeuwballengevecht', roept opa. Jasper gooit een heleboel sneeuwballen naar opa. Opa's jas is wit van de sneeuw. Jaspers broek en jas zijn ook wit.
Oma staat in de deuropening te kijken en lacht. Opa gooit een sneeuwbal naar oma. De sneeuwbal mist oma. Oma maakt ook een paar sneeuwballen en gooit er een naar opa en een naar Jasper. Nu gooien ze met z'n drieŽn sneeuwballen naar elkaar. Ze hebben de grootste pret. Na een poosje vindt oma het wel genoeg en roept: 'Ik ga warme chocolademelk maken'. Daar hebben Jasper en opa wel zin in. Als ze naar binnen gaan zegt oma tegen opa: 'Jij krijgt geen chocolademelk. Wel die meneer voor het raam met die oranje neus en muts en sjaal'.
'Neeee oma, dat is de sneeuwpop. Hij heeft opa's sjaal en muts op', zegt Jasper.
'Oh wat dom van mij', zegt oma.

©Auteur: Anne de Vries-Neuteboom