De heks uit de bergen


De Kabouterkoning heeft Jonas, Knut en Malin bij zich geroepen. Jonas, Knut en Malin staan gespannen voor hem met hun rode mutsjes in de handen.
De Kabouterkoning begint te vertellen over de heks uit de bergen die de kabouters wil wegjagen uit het kabouterdorp. Die gemene heks wil een heksenschool neerzetten op de plek waar de kabouters al honderd jaar wonen. Ze wil heersen over het hele gebied en er mogen alleen nog maar heksen en trollen wonen.
'Ik wil dat jullie die heks uit de bergen vinden en haar tegenhouden', zegt de Kabouterkoning tegen Jonas, Knut en Malin.

De volgende dag zijn Jonas, Knut en Malin al vroeg opgestaan. Het hele kabouterdorp slaapt nog. Hun rugzakjes zitten vol met proviand voor onderweg. Het zal een lange tocht worden. Ze moeten minstens twee dagen lopen om bij de heks te komen. Gelukkig wordt het in de zomer niet donker en kan er 's avonds nog lang doorgelopen worden.
De drie kabouters hebben gisteren vergaderd en een plan uitgedacht. De heks is niets zonder haar toverstok en toverboek. Het plan is haar toverstok en toverboek te stelen, zodat ze geen toverkracht meer heeft.

Fluitend gaan ze achterelkaar met flinke pas op weg. Zo lopen ze een halve dag door een stuk bos en dan weer langs een rivier, waain het smeltwater van de bergen met veel lawaai doorheen stroomt. De zon staat strakblauw aan de hemel en het is warm. De kabouters zijn bezweet en doodmoe.
'Hier gaan we even uitrusten', zegt Jonas. Ze gaan zitten onder een boom en maken hun rugzakjes open om wat te eten. Tevreden kauwen ze op een broodje met paddestoelenworst en drinken er bessensap bij. Daarna gaan ze voldaan een dutje doen.
De grond begint opeens hevig te trillen. De kabouters schrikken wakker. Tussen het struikgewas staat een enorm bruin beest naar hen te kijken. Jonas, Knut en Malin staan vliegensvlug op en een rilling gaat door hun lijfjes.
'Dag groot beest', stamelen ze. Het bruine beest knikt en zegt met zware stem: 'Waar gaat de reis naar toe , als ik zo vrij mag zijn om te vragen ? Het is veel te gevaarlijk in deze streek en zeker voor drie kleine kabouters'.
'We zijn helemaal niet klein', zegt Knut verontwaardigd. Het bruine beest lacht en komt dichterbij. De kabouters deinzen achteruit.
'Jullie hoeven voor mij niet bang te zijn. Ik zal me even voorstellen. Ik heet Elco eland en ik graas hier al jaren. Ik heb niets tegen kabouters en vind het gezellig dat jullie er zijn. Kan ik weer eens een praatje maken. Ik voel me vaak eenzaam', zegt Elco eland. De kabouters hebben in de gaten dat dit een vriendelijke eland is en hebben zelfs een beetje medelijden met hem. Ze komen dichterbij. Elco eland snuift en sniffelt van plezier.
'We zijn op weg naar de heks uit de bergen, die wil met hulp van trollen ons kabouterdorp vernietigen en een heksenschool neerzetten', zegt Jonas.
'Wat! Dat gebeurt niet. Ik hou niet van heksen en trollen hier in mijn gebied. Ik help jullie. Hoe zullen we het gaan aanpakken?' vraagt Elco eland en stampt boos op de grond. Jonas legt uit wat het plan is. Elco eland vindt het een prima plan en stelt voor dat ze op hun rug plaatsnemen. De kabouters springen van enthousiasme heen en weer. Elco eland gaat door zijn poten, zodat de kabouters op zijn rug kunnen klimmen. Met een ruk komt hij overeind. Jonas, Knut en Malin moeten zich aan elkaar vasthouden om er niet af te vallen. Elco eland is blij dat hij weer eens aanspraak heeft en zingt van blijdschap een lied:

'Er zitten drie kabouters op mijn rug.
Ik breng ze naar de bergheks vliegensvlug.
We zullen die heks een lesje leren
en haar toverkracht bezweren'.

Met een drafje loopt Elco eland door stukken bos en dalen richting de bergen. Jonas, Knut en Malin genieten van het uitzicht. De besneeuwde bergen in de verte lijken hen te wenken. Het is alsof ze van hun komst weten.

Een halve dag is vergaan en Elco eland draaft nu tussen hoge bergpieken. Overal zie je uitgesleten riviertjes met smeltwater zich een weg banen door het dal. Ze gaan nu klimmen. Watervallen van de bergen storten zich naar beneden. Elco eland is nog nooit zo ver van zijn geboortestreek geweest en krijgt een beetje heimwee. Jonas, Knut en Malin troosten hem. De kabouters hebben zelf ook heimwee.

Bovenop de berg aangekomen hebben ze een prachtig uitzicht over het dal en roepen: 'Heks uit de bergen, waar zit je?' Dan schrikken ze en horen hun eigen stemmen roepen: 'Heks uit de bergen, waar zit je?' Elco eland buldert van het lachen als hij de geschrokken gezichten van de kabouters ziet.
'Dat is een echo', zegt Elco eland.
'Ja, we weten heus wel dat het een echo is', zegt Jonas verontwaardigd.
Jonas, Knut en Malin speuren de omgeving af, maar er is niets te zien wat op een verblijfplaats van de heks lijkt.

Elco eland daalt weer de berg af met de kabouters op zijn rug. Ze lopen tussen hoge muren van sneeuw en komen bij een ijsmeer. Aan de rand van het ijsmeer staat een paleis. Jonas, Knut en Malin wrijven hun ogen uit.
Het paleis is geheel van ijs en van een doorschijnende blauwe kleur. Zoiets moois hebben ze nog nooit gezien. Ze horen een heldere hoge stem zeggen: 'Ik ben de ijskoningin Silje en heet jullie van harte welkom in mijn paleis'.
Jonas, Knut, Malin en Elco eland kijken verbaasd om hen heen, maar zien niets.
'We gaan naar binnen', zegt Elco eland en loopt waardig met de kabouters op zijn rug door de poort van het ijspaleis. Binnenin het paleis is alles van ijs: kroonluchters, schilderijen, kasten, tafels en stoelen. In het midden van een grote zaal zit de ijskoningin en heeft lange blonde haren en een lichtblauwe lange zijden jurk aan.
'Waarmee kan ik jullie van dienst zijn en waar komen jullie vandaan?' vraagt ze. Jonas neemt het woord en zegt: 'We zijn op zoek naar de heks uit de bergen. Ze wil ons kabouterdorp innemen en laten plattrappen door trollen'.
'Hoe komt ze erbij een heel kabouterdorp te vertrappen. Ik zal jullie helpen. Ik stuur een lakei mee, die jullie de weg wijst naar de bergheks. Maar nu moeten jullie even uitrusten en wat eten en drinken,' zegt de ijskoningin. Jonas, Knut en Malin worden door een lakei van de rug getild van de eland en gaan zitten op een bank van ijs. Ze dachten dat de bank koud aan hun billen zou plakken, maar de bank is helemaal niet koud.
Een andere lakei brengt hun eten en drinken op een dienblad van ijs. De bekers en borden zijn ook van ijs, maar het eten is warm . De kabouters eten rijst met een eekhoornragout. Elco eland krijgt in een emmer van ijs een portie verse bladeren. Ze worden onthaald met een ijsballet. Kleine blonde elven maken pirouettes op de schaats voor hen. Jonas, Knut en Malin klappen van plezier en vergeten even hun zorgen.
Na uitgerust te zijn wordt de ijskoningin bedankt voor haar gastvrijheid. De kabouters klimmen weer op de rug van de eland en ze verlaten het ijspaleis met een lakei.

'Wil je ook niet plaatsnemen op mijn rug?' vraagt de eland aan de lakei. De lakei stemt toe en de eland gaat door zijn poten om de lakei op zijn rug te laten klimmen. Het is een grappig gezicht: een eland met drie kabouters en een lakei op zijn rug. De lakei wijst naar een hoge berg en ze lopen die richting uit. Elco eland loopt behendig over grote keien en stukken ijs. Ze naderen een rood houten huisje in een kale vlakte.
'Dat is vast het huisje van de heks', zegt Jonas en de anderen knikken instemmend. Ze naderen voorzichtig, want overal kunnen trollen op hen loeren en hen aanvallen.
'Het is beter als we ons verspreiden', zegt Elco eland en zakt weer door zijn poten om zijn reisgenoten af te laten stappen. Los van elkaar lopen ze naar het huisje van de heks en loeren door de ramen. Er is geen heks te zien.
'We zullen naar binnen moeten. Elco eland jij moet de wacht houden en dan gaan de lakei, Knut, Malin en ik naar binnen', zegt Jonas. Ze gaan met lood in de schoenen naar binnen. Het is schemerig in de kamer. In de hoek staat een bezem en op de tafel ligt een groot boek. In een pot in de brandende haard pruttelt een groen brouwsel. Ze huiveren. Dan ziet Jonas de toverstaf liggen op een kastje met allemaal flesjes met vreemde brouwsels erin. Hij rent erop af en stopt de toverstaf in zijn zak. Knut pakt de bezem en Malin het boek op de tafel. Buiten is er een gekrijs van jewelste. Ze maken de deur open en zien tot hun ontsteltenis de eland in gevecht met zeker vier trollen. De trollen bijten hem en proberen op zijn rug te springen, maar de eland schopt met zijn poten en schudt hen af. Dan zien de trollen de kabouters en de lakei en vliegen op hen af. Knut haalt uit met de bezem en een trol vliegt de lucht in en maakt een harde landing op de grond. Een andere trol probeert het toverboek te pakken van Malin, maar Malin slaat met het boek op de gemene trollenkop en de trol valt neer. De lakei pakt twee trollen bij hun nekvel en sluit ze op in het heksenhuisje. De heks, die kruiden aan het zoeken was voor haar toverdranken komt krijsend aangerend. De drie kabouters en de lakei gaan achter de grote eland staan voor bescherming. De eland protesteert en zegt: 'Nou, mooie vrienden zijn jullie, zo krijg ik de volle laag van die enge heks'. Het is nu eenmaal oppassen met heksen en hun toverkracht, maar dan bedenkt Jonas dat ze niks kan uitrichten zonder haar toverstaf.
'Je kan ons niks maken. Je hebt geen toverstaf', zegt Jonas triomfantelijk. De heks zwaait dreigend met haar armen en zegt: 'Abacadabra, ik verander jullie allemaal in padden'. De grond begint te trillen en de kabouters, de lakei en de eland schudden mee, maar er gebeurt niets. Dan heeft Jonas een idee en pakt het toverboek uit de handen van Malin en slaat het boek open bij het hoofdstuk padden. Ja, daar staat het: hoe verander ik iemand in een pad? Hij haalt de toverstaf uit zijn jaszak en richt die op de heks. De heks zegt schamper: 'Kabouters kunnen niet toveren'. Maar Jonas laat zich niet van de wijs brengen en zegt: 'Abacadabra hokus pas, ik verander je in een pad'. Voor hun ogen zien ze hoe de heks ineenkrimpt tot een vieze groene pad. Er gaat een groot gejuich op. Ze dansen en springen. Ze hebben hun taak volbracht. De heks is verslagen en het kabouterdorp is gered.

Terug in het kabouterdorp loopt Elco eland met de drie kabouters en de lakei op zijn rug een ronde door het dorp. Ze worden toegejuicht door alle kabouters en krijgen een medaille en een oorkonde van de Kabouterkoning. Het toverboek, de toverstaf en de bezem van de heks worden achter slot en grendel gedaan. Daar zullen ze geen last meer van hebben.

©Auteur: Anne de Vries-Neuteboom