Circus in het dorp


Mamma zat te puzzelen aan de tafel. Sanne zat op de bank te lezen. En ik speelde oorlogje met mijn plastic soldaten. Opeens rinkelden de lepeltjes in de theekopjes. Stukjes van de legpuzzel van mamma vielen op de grond. Sanne hield op te lezen. Twee plastic soldaten staakten het vuren.
'Lieve hemel, wat gebeurt er allemaal? Het lijkt wel of er een kudde olifanten door de straat loopt', zei mamma. Mamma had veel fantasie. We keken door het raam. Ik moest van mamma in haar arm knijpen.
'Au!' riep mamma. Dat was voor haar het bewijs dat ze niet droomde. Op een gewone woensdagmiddag stampte er een heuse olifant door de straat. Er fietste een bruine beer. Twee witte paarden draafden met mooie dames op de rug. Clowns en acrobaten maakten gekke sprongen.
'Komt dat zien, Komt dat zien! Circus Lariebol is in het dorp', werd er omgeroepen.

Mamma rende naar buiten. Ik en Sanne renden haar achterna. Mamma stond te springen en te zwaaien. Ik schaamde mij wel een beetje voor haar.
'Oh, enig! Ik heb altijd bij een circus gewild. Rondjes rijden en kunstjes maken op een paard', riep ze.
'Wapperdeflap, mevrouwtje, ik help u wel even op een paard', zei een clown tegen mamma.
'Nee, mamma. Niet doen. Je hebt nog nooit op een paard gezeten', riep Sanne.
'En kunstjes erop maken al helemaal niet', riep ik. Mamma luisterde niet. Als ze eenmaal iets in haar hoofd haalde dan moest het gebeuren.
De clown had een van de paarden bij de teugels gepakt. De mooie mevrouw op het paard stapte af. Mamma moest een been in de beugel zetten en het andere been over de rug van het paard zwaaien. Ik begon mij een beetje trots te voelen op mamma dat het in een keer goed ging. Als een vorstin zat ze op het paard en zwaaide trots naar alle buren. Die schudden hun hoofd en lachten. Gelukkig hielden de mooie mevrouw en de clown ieder een teugel vast.
'Mamma, ik wil ook op het paard', riep Sanne. Dat is nou typisch weer mijn zusje. Als mamma iets heeft of doet, dan moet zij het ook.
'Wapperdeflap, dat is een goed idee. Als je moeder het goed vindt. Dat is een goede reclame voor het circus', zei de clown.
'Ja hoor, ze kan voor mij zitten', zei mamma. Mamma trok Sanne bij een arm omhoog, terwijl de clown haar een zetje gaf. Daar zaten ze dan, mijn moeder en mijn zusje als circusartiesten op een paard. Ik was wel een beetje jaloers op ze.
'Sam, wil je er ook op?' vroeg ze aan mij. Ze dacht zeker dat ik daar een beetje voor gek ging zitten. Ik schudde mijn hoofd van nee.
'Ik loop wel met jullie mee', zei ik om er vanaf te zijn.

We liepen door de straten van het dorp. Mamma en mijn zusje hadden de grootste lol. Ik was een praatje begonnen met de clown.
'Bent u als clown geboren?' vroeg ik. Stomme vraag natuurlijk. De clown moest erom lachen. Hij vertelde dat hij opgegroeid was met het circus. Zijn vader was een clown en zijn moeder hing aan de trapeze. Hij had het met de paplepel binnen gekregen. Ik stelde mij voor dat ik met een paplepel een heel circus doorslikte.

Er klonk een ongeduldig getoeter achter de kolonne circusdieren en artiesten. De mensen aan de kant schreeuwden: 'Boeee!' tegen de vervelende automobilist. Maar de man ging gewoon door met toeteren. Het paard waar mamma en mijn zusje opzaten, werd zenuwachtig en hinnikte. De olifant hief zijn slurf. Ik wist wat er komen ging en hield mijn handen voor mijn oren. Een gigantisch trompetgeluid schalde over de hoofden van de mensen. Het logge lijf van de olifant draaide zich om en liep naar de toeterende automobilist toe. Iedereen dacht dat de auto met de man erin zou worden verpletterd. Maar de olifant duwde met zijn kop tegen de zijkant van de auto. De auto schudde heen en weer als een schommel. Ik zag het angstige gezicht van de man door de autoruit. De mensen begonnen te lachen toen ze zagen dat de olifant er een lolletje van maakte. Keer op keer duwde hij met zijn kop tegen de auto.

Iedereen had zich om de auto en de olifant geschaard om te kijken. Het paard waarop mijn mamma en mijn zusje zaten werd zonder begeleiding achtergelaten. Ik maakte mij daar erg ongerust over. De bruine beer fietste de straat uit. Het paard, met mijn moeder en zusje, dacht dat de stoet weer in beweging kwam en draafde achter de beer aan. Mijn zusje, ik kon mijn ogen niet geloven, ging rechtop staan. Ze balanceerde op het paard alsof ze nooit anders had gedaan. Mijn adem stokte in mijn keel. Ik rende ze achterna. De mensen keken met open mond naar ons. Iemand schreeuwde: 'Het is hier niet het Wilde Westen!'

Een politieagent had ze gezien en floot. Maar mijn moeder zag en hoorde niets. Ze draafden maar door, achter de bruine beer aan.
'Dat zijn mijn moeder en mijn zusje', riep ik naar de agent. De agent was druk aan het praten in een mobiele telefoon. Ik schudde aan zijn mouw.
'Dat zijn mijn moeder en mijn zusje', zei ik nog een keer. Hij draaide zich om.
'Zijn jullie van het circus?' vroeg hij.
'Ja, mijn moeder maakt reclame voor het circus Lariebol. Ze moet wat rondjes rijden door het dorp', zei ik. De agent keek mij argwanend aan en vroeg: 'Waar is de rest van het gezelschap?'
'Oh, die moesten wachten op de olifant. Hij had een grappig optreden met een auto', zei ik zo nonchalant mogelijk.
'Dan breng je mij naar het gezelschap toe', zei de agent. Eigenlijk had ik daar helemaal geen zin in. Ik wilde mijn moeder en zusje achterna. Agenten kunnen blijkbaar ook gedachten lezen, want hij zei: 'Je moeder en je zusje worden straks tegengehouden door politieagenten op mountainbikes'.

Rondom de auto en de olifant stond een hele groep mensen te lachen en te joelen. De agent moest de mensen opzij duwen om er vlakbij te komen. Ik volgde hem op de hielen. Toen de automobilist de agent zag begon hij driftig te zwaaien. Tot mijn verbazing begon de agent onbedaarlijk te lachen. De automobilist lukte het om een raampje open te draaien. Hij riep: 'Help, help! Haal die olifant weg'. De agent begon steeds harder te lachen. Ik kroop stilletjes weg tussen de mensenmenigte door.

In de verte zag ik ze aankomen. De fietsende bruine beer. Het paard met mamma en mijn zusje op de rug. Ze werden begeleid door twee agenten op mountainbikes. Mijn zusje zag mij het eerst en zwaaide enthousiast.
'Sam, Sam, het is geweldig', riep ze. Mamma zwaaide ook en riep: 'Ja Sam, je moet ook een keer op het paard hoor'.
'Zijn jullie gearresteerd?' vroeg ik.
'Welnee, hoe kom je daar nu bij? Deze lieve agenten hebben ons geholpen. De bruine beer fietste helemaal de verkeerde kant op. Ze hebben ons teruggebracht bij de rest van het circus', zei mamma. Ik moest diep zuchten. Niemand van onze familie kwam in het gevang.

De olifant had genoeg gekregen van zijn spelletje met de ongelukkige automobilist. Hij draaide zich om en liep weer verder de straat in. De mensen applaudiseerden. Zo'n leuk optreden hadden ze nog nooit meegemaakt. De automobilist startte zijn auto en maakte rechtsomkeerd. Nagejoeld door de menigte.

Mamma en mijn zusje waren inmiddels van het paard gestapt. Ze vonden het wel welletjes. Ik was blij dat ze weer heelhuids op de grond stonden. De dieren en de artiesten vormden een nieuwe stoet. De politieagenten met hun moutainbikes gingen nu voorop. Daarachter kwam de olifant met een begeleider. En daar weer achter de paarden, de fietsende bruine beer, de clowns en de acrobaten. We zwaaiden net zo lang tot ze de straat uit waren en uit ons zicht verdwenen. De wens van mijn moeder was zomaar op een mooie zonnige woensdagmiddag vervuld. Ze was een echte circusartieste! En daar was ik best trots op.

©Auteur: Anne de Vries-Neuteboom